Vliegas is as die bij de verbranding van onder andere steenkool meegaat met de rookgassen. Het deel van de as dat niet met het rookgas meegaat, maar blijft liggen, heet bodemas. Vliegas afkomstig van de verbranding van afval in een afvalverbrandingsinstallatie wordt AVI-vliegas genoemd.
Wat is poederkoolvliegas?
Vliegas die afkomstig is van steenkool (en een beperkt aandeel biomassa) wordt poederkoolvliegas genoemd. Deze vliegas wordt in Nederland volledig hergebruikt en verwerkt in cement, beton, straatklinkers en asfalt. Het verdicht namelijk de structuur van het beton, waardoor het beter beschermd wordt tegen invloed van buitenaf.
Vliegas veroorzaakt luchtvervuiling en wordt voor 99% afgevangen door een elektrostatisch vliegasfilter: door een potentiaalverschil op het filter te zetten, zal de vliegas zich op de filterwand verzamelen. Eens in de zoveel tijd wordt dit eraf geklopt met hamers. Andere technieken om vliegas af te vangen zijn cycloon of doekenfilter.
De samenstelling van vliegas hangt sterk af van de brandstof (type steenkool, biomassa) en het verbrandingsproces. Vliegasdeeltjes zijn heterogeen en bestaan uit zowel amorfe als kristallijne fasen. Deze fasen bestaan weer uit siliciumoxide, aluminiumoxide, ijzeroxiden en calciumoxide. Daarnaast bevat vliegas onder andere zware metalen.
Eigenschappen poederkoolvliegas
Het poederkoolvliegas is een fijn poeder dat hoofdzakelijk bestaat uit bolvormige, glasachtige deeltjes, die bij de verbranding van poederkool zijn gevormd. De als brandstof gebruikte poederkool mag versneden zijn met secundaire brandstoffen; de hoeveelheid is echter begrensd. Zie hiervoor CUR-Aanbeveling 94, 3e herziene uitgave: 2007 § 3.1.
Eigenschappen | |||
---|---|---|---|
Bron: betonpocket 2016 | |||
Specifiek oppervlak | 4000–7000 cm2/gram | ||
Volumieke massa ρa | 2250 kg/m3 | ||
Volumieke massa ρb | 900–1100 kg/m3 |
Chemische eisen volgens NEN-EN 450-1 | Gloeiverlies % (m/m): | Opmerkingen |
---|---|---|
Bron: Betonpocket 2016 | ||
Categorie A | ≤5% | Voor toepassing in beton is alleen Categorie A zonder meer toegelaten. (NEN 8005) |
Categorie B | 2,0<G<7,0 | Categorie B en C mogen alleen worden toegepast als de geschiktheid is aangetoond en toepassing is overeengekomen. (NEN 8005) |
Categorie C | 4,0<G<9,0 | |
Chloridegehalte (m/m) berekend als Cl- |
≤ 0,1% | |
Sulfaatgehalte berekend als SO3 |
≤ 3,0% | |
Vrije kalk berekend als CaO |
≤ 1,0% | Als van een partij poederkool vliegas het gehalte aan vrije kalk tussen 1 en 2,5% ligt, mag de partij worden aanvaard, mits de vormhoudendheid voldoet aan de eisen |
Gehalte aan alkaliën berekend als Na2O-eq. |
≤ 5,0% | |
Gehalte oplosbaar fosfaat (P2O5) | ≤ 0,01% | Poederkoolvliegas dat wordt verkregen door het verbranden van pure steenkool wordt geacht aan deze eis te voldoen |
Belangrijkste fysische eisen volgens NEN-EN 450-1 |
Fijnheid % (m/m) > 0,045 mm | Opmerkingen |
---|---|---|
Bron: Betonpocket 2016 | ||
Categorie N | ≤ 40% | Voor toepassing in beton is categorieN zonder meer geschikt (NEN 8005) |
Categorie S | ≤ 12% | Categorie S mag alleen worden toegepast als de geschiktheid is aangetoond en toepassing is overeengekomen. (NEN 8005) |
Activiteitenindex / Reactiviteit | ||
28 dagen | ≥ 75% | |
≥ 85% | ||
Vormhoudendheid | ≤ 10 mm | Vormhoudendheid wordt getoetst aan een mengsel van 30% poederkoolvliegas en 70% referentie cement |
Begin binding. Gemeten vertraging t.o.v. referentiecement | ≤ 120 min. | Begin binding wordt getoetst aan een mengsel van 25% poederkoolt vliegas en 75% referentiecement Poederkoolvliegas dat wordt verkregen door het verbranden van pure steenkool wordt geacht aan deze eis te voldoen |
Activiteitenindex en andere kwaliteitsparameters volgens NEN-EN 450-1
De activiteitenindex is een maat voor het sterkteverlies dat optreedt wanneer in een standaardmortel 25% van het cementgehalte wordt vervangen door poederkoolvliegas. Het sterkteverlies mag na 28 dagen niet meer bedragen dan 25% en na 90 dagen niet meer dan 15% ten opzichte van standaardmortel zonder poederkoolvliegas. De activiteitenindex en alle andere kwaliteitseisen volgens § 5 van NENEN 450 moeten bij elke productieplaats door of namens de producent door middel van productiecontrole worden bewaakt, om de geschiktheid van de poederkoolvliegas voor beton te waarborgen.